Daar sta je dan, als bezoeker van een ultramodern vormgegeven congrescentrum op de roemrijke High Tech Campus in Eindhoven, waar ‘human focused‘ innovatie, design en technologie elkaar tegenkomen. En waar je dus zou mogen verwachten dat ze snappen hoe belangrijk de rol van de gebruiker, nee sterker nog de mens, is bij het bedenken, ontwerpen en bouwen van nieuwe producten, diensten en gebouwen.
En wat gebeurt er? Je komt binnen en ziet meteen dat er in dat proces ergens iets is misgegaan. Waar zie je dat dan aan? Dat maak ik graag duidelijk aan de hand van een paar foto’s die ik nam met mijn iPhone. Vandaar de niet altijd even goede beeldkwaliteit maar ze zijn duidelijk genoeg om te laten zien wat me opviel.
Garderobe?
Het begint bij binnenkomst op het moment dat je je jas zou willen ophangen. Want is er een garderobe? En zoja, waar is die dan?
Zalen?
Na afloop van de plenaire sessie in de hoofdzaal ging ik, en met mij ook de andere bezoekers, op zoek naar de kleinere zalen voor de parallel-sessies/workshops. Maar we konden ze niet vinden. En waarom niet? Omdat de bewegwijzering hoog boven onze hoofden hing en daar keken we dus niet naar. Overigens stonden, zoals je ziet op de foto, ook de toiletten op die hoogte aangegeven. Die werden ook slecht gevonden wat er al met al toe leidde dat mensen begonnen te dolen en hier en daar te laat kwamen voor hun workshop.
Uitgang?
Bij het weggaan werd er opnieuw heel wat van de bezoekers gevergd, want hoe gaat in hemelsnaam die deur open? Gaat die überhaupt wel open en welke knop moet ik daarvoor gebruiken?

Zeeppompjes
Overigens was ik niet lang daarna in het nieuwe hoofdkwartier van Rijkswaterstaat, een gebouw dat op het eerste gezicht zo (onmenselijk) groot lijkt dat ik het gevoel had dat ik in de voormalige DDR was beland.
En terwijl ik nog naar het gebouw aan het lopen was gebeurde er iets opmerkelijks. Er kwam een ambulance in volle vaart aanrijden maar die verreed zich en kon niet direct bij het gebouw komen en dat had alles te maken met de manier waarop de inritten naar het gebouw waren aangelegd. Gelukkig duurde terugrijden en de andere, parallel lopende toerit nemen, niet al te lang. Maar het zette me wel direct aan het denken.
Eenmaal binnen in het zogenaamde Future Center, een innovatie-lab achtig deel van het complex dat speciaal is gericht op de toekomst, trof me eigenlijk het meest wat ik zag op de damestoiletten.
Ooit?
En zoals je ziet had dat maar heel weinig met de toekomst te maken en des te meer met het nu. Want blijkbaar heeft er niemand van tevoren over nagedacht wat te doen met het feit dat mensen hun handen graag met zeep wassen. Dat besef kwam pas achteraf en toen heeft iemand met de beste bedoelingen uiteraard maar wat van die losse zeeppompjes gekocht en die neergezet. En ze zijn ook nog totaal verschillend van uitstraling, vorm en merk.
Niet dat ik dat laatste erg vind. Want ik hou van eigen initiatief en ook van verscheidenheid en variatie maar ik blijf het wel erg jammer vinden en onbegrijpelijk bovendien dat dit nodig is. Want ik ben ervan overtuigd dat dit, net zomin als het congrescentrum op de High Tech Campus, geen goedkoop gebouw is geweest. Dus als je dan toch dit soort zaken tegenkomt, dan vind ik dat ronduit teleurstellend.
Met andere woorden, ‘High Tech’ lijkt nog steeds makkelijker dan ‘High Touch’. En dat terwijl we toch echt allemaal ook klant en gebruiker zijn en dat terwijl we allemaal ook echt wel weten hoe frustrerend het is om je weg niet te kunnen vinden in een gebouw, om er niet achter te komen hoe je een apparaat moet laten doen wat je wil en hoe prettig het is als andersom is.
We weten het maar lijken het nog altijd vaak te vergeten als we in onze rol van architect, designer, marketeer, ontwikkelaar etc. zitten. En toch blijf ik hopen dat we dat ooit een keer niet meer zullen vergeten en tot die dag blijf ik erover praten en schrijven, want er is voorlopig nog stof genoeg.










