Het zal een een jaar of 4 geleden zijn dat ik gestopt ben met tv kijken. Ik was nooit een fervent tv- kijker en herinner me zelfs beschaamd dat ik de tv, die ik ooit van mijn ouders kreeg voor mijn verjaardag, maanden onuitgepakt in de doos heb laten zitten. Totdat vrienden graag bij mij tv wilden komen kijken. En zo is het eigenlijk gebleven: Ik keek nauwelijks tv, was en ben nog altijd een radio-liefhebber en een lezer. En met de komst van draadloos internet, in mijn geval in de vorm van een iBook, was het helemaal gedaan met tv kijken. Ik ben ermee gestopt en heb het geen moment gemist.
Dat ik de tv niet mis kan ik wel verklaren. Zoals ik vroeger boeken verslond en daardoor zovaak naar de bibliotheek ging dat de bibliothecaresse me ‘verbood’ nog vaker te komen om weer 6 boeken te lenen, zo haal ik nu mijn hart op aan alle prachtige, interessante, grappige en verrassende dingen die op internet te vinden zijn.
En natuurlijk loop ik daarbij ook aan tegen de ‘mer a boire’ die internet is. Want het wereldwijde web biedt een enorme overvloed aan informatie en kennis: Volgens The Digital Economic Factbook 2007 zijn er nu ruim 113 miljoen actieve websites.
Maar ik heb inmiddels geleerd hoe daarmee om te gaan, hoe daarin mijn weg te vinden zodat ik nu ook anderen kan helpen zoeken en vinden. Met name allerlei web 2.0 tools en applicaties hebben ervoor gezorgd dat het internet mij relevante informatie en content biedt, die ik kan bekijken waar en wanneer ik maar wil. En dat vind ik stukken prettiger dan zomaar wat tv kijken.
Dat het vinden van relevante informatie voor veel mensen, die minder bezig zijn met internet dan ik, lang niet altijd vanzelf gaat, daarvan ben ik me terdege bewust en ik beschouw dat wat ik noem ‘help me find it‘ zelfs als de grote uitdaging voor bedrijven nu en in de nabije toekomst. En dan in de zin van tweerichtingsverkeer dus:
- Hoe zorg je dat klanten/gebruikers jou vinden?
- Hoe vind jij je klanten/gebruikers?
Over ‘help me find it’ heb ik al vaker geschreven en ik spreek er ook regelmatig over op congressen of in bijeenkomsten met opdrachtgevers als Achmea, ANWB en ING. En dat ik SISOMO, het meest recente boek van Saatchi-topman Kevin Roberts ben gaan lezen heeft ook alles te maken met mijn interesse daarin. Maar wat heeft dat boek dan te maken met makkelijker zoeken en vinden?
SISOMO
Om te beginnen terug naar ‘The Family of screens’ in de ondertitel van dit artikel. De term evenals de gelijknamige illustraties komen dus uit Roberts’ boek SISOMO. Zijn boek ‘Lovemarks‘ was aanleiding voor mijn allereerste blogpost ooit op Frankwatching en in de hoop dat SISOMO me net zo zou aanspreken heb ik dat nu ook gelezen. Ik ben er minder door gegrepen dan door de ‘Lovemarks’ maar de gedachte erachter i.e. dat mensen houden van ‘Sight, Sound and Motion’ ofwel van SISOMO, die spreekt me wel aan.
Roberts is ervan overtuigd dat in een wereld vol informatie en andere content de rol en het belang van SISOMO als vormfactor nog verder zal toenemen. En daarom zullen ook de leden van de ‘The Family of Screens’ ofwel de verschillende soorten schermen (tv, pc, mobile, narrowcasting etc.) waarop we deze content bekijken meegenomen moeten worden in de manier waarop bedrijven hun klanten benaderen.
Dat klinkt als een open deur, is dat ook in zekere zin, maar in hoeverre houden bedrijven er ook al echt rekening mee? In hoeverre zijn bedrijven zich voortdurend bewust van het de kracht en de impact van SISOMO op alle schermen?
In feite ligt de nadruk nog steeds op de twee bekendste schermen uit de familie namelijk die van de tv en de pc. Over mobiel wordt al jaren geroepen dat het de belofte is voor de toekomst en er zijn inderdaad ook in Nederland initiatieven als deze om met name mobiel internet te promoten, maar verder schiet het nog niet echt op met de aandacht van bedrijven voor het mobieltje. En wat ik aan narrowcasting, bijvoorbeeld op stations en in de horeca voorbij zie komen, blijft ook nogal beprekt tot veel geschreeuw en weinig inhoud.
Overigens onderkent Roberts, net als ik zelf trouwens, dat er wel degelijk veel smaken zijn in schermenland, cq in media-voorkeuren van de verschillende gebruikers. De één houdt het vooral bij de tv-mijn overburen bijvoorbeeld, die zetten ’s ochtends als ze opstaan altijd direct hun tv aan- en iemand als ikzelf klapt als eerste zijn laptop open en gaat op datzelfde moment rss-feeds lezen en twitteren.
Maar allemaal kijken we naar onze schermen en soms- zeker wanneer het een mobieltje is- zie ik mensen er zelfs bijna verliefd naar kijken.
De schermen zou je kunnen beschouwen als een ‘lifeline’, een kanaal of middel dat ons in staat stelt om te communiceren, om contact te maken met anderen. Waarbij beelden, al dan niet bewegend, een extra dimensie toevoegen. Om de simpele reden dat veel mensen nu eenmaal visueel zijn ingesteld en beelden/plaatjes/foto’s vaak beter onthouden dan het verhaal eromheen. Het zelfde geldt ook voor geluid en zeker voor muziek. Hoe vaak komt het niet voor dat een liedje niet meer uit je hoofd wil verdwijnen?
Dus als Roberts concludeert dat ‘Sight, Sound and Motion’ een manier is om met klanten-andere mensen dus-in contact te komen, hen te vinden en te raken, dan kan ik het alleen maar met hem eens zijn…
En tenslotte wil ik mezelf maar ook jullie deze vragen stellen: Welke schermen gebruik je zelf in je dagelijks leven. En hoe zou dat zijn bij je klanten? Met andere woorden: Wat doe jij of wat doet jouw bedrijf al met SISOMO? Op welke schermen richt je je en waar kunnen je klanten jou vinden?
Mijn blogpost over Lovemarks vind je hier











